Opinie

Supermaan

Vandaag is het supermaan of bloedmaan. Donald Trump zal de 45ste president van Amerika worden en de lage landen maken zich druk over zwarte piet.

Zelf heb ik het voorrecht gehad om te zijn opgegroeid omringd met ruimdenkende mensen. Of dat is toch hoe ik het toen percipieerde. De zwarte piet, het hulpje van de oude man met staf -Sinterklaas- moest langs de schoorsteen het huis betreden omdat anders de Sint mijn cadeautjes niet kon leveren. Heel normaal dus, voor mij, dat je als kind een persoon vol met roet naast die prachtige gewaden van de cadeaubrenger zag. Nooit heb ik een andere interpretatie van zwarte piet erkent. Er waren inderdaad afbeeldingen die ik als kind zag passeren van een zwarte persoon met dikke(re) rode lippen, grote gouden oorbellen en froezelhaar. Die afbeeldingen vond ik toen al van de pot gerukt, niet mooi, niet representatief voor het beeld dat mij werd aangepraat van Sinterklaas z’n assistent.

Mijn verontwaardiging is dan ook groot, wanneer ik jaren later, moet merken dat die racistische representatie door een (over)grote meerderheid als de norm wordt aanvaard. Hoe is het zo ver gekomen? Wat hebben hun ouders hen toentertijd wijs gemaakt?

appelcake-koelt-afSinds de Vlaemsche conservatieven de plak zwaaien, merk ik een felle toename van racisme en discriminatie. Er is altijd al racisme en discriminatie geweest; maar daar stonden o.a. sensibilisering en een ruimdenkende opvoeding tegenover. Daar is nu geen geld meer voor. Want ook opvoeding kost geld, moeite en veel energie. Een gebrek aan slimme investeringen zorgt voor meer frustratie. Frustratie die moeilijk (onmogelijk?) om te buigen valt in positieve, constructieve bijdragen ten goede van de algemene maatschappij.

De frustraties blijven maar ophopen. Tegenstellingen worden steeds scherper. Een verstedelijkte context waar mensen weten, ervaren en af en toe zelfs begrijpen dat we onze schaarse tijd, ruimte en energie met mekaar moeten delen op een eerlijke manier, versus de landelijke context. “Blijf van m’n erf” blijft daar de basishouding. Los van geografische ligging gaat het daarbij om de ingesteldheid van de bewoners. Ook daar heb ik het geluk gehad om op te zijn gegroeid in een sfeer van ruimdenkendheid en participatie. Hard werkende mensen die veel geld verdienen, versus de bureaumens die een tienvoud verdient. Dat snapte ik vroeger ook al niet. Wat doe je dan met meer dan -pakweg- € 3.000 per maand? Er is maar 24 uur in een dag; wat kan er én zoveel waard zijn om geld aan te geven én zoveel geld waard zijn om op zo’n korte termijn geld mee te verdienen? Uiteraard zijn er verschillen tussen abstract werk en praktisch werk. Dat is prima en goed voor de diversiteit en dus de vooruitgang van onze maatschappij. Maar excesses zijn ook exact dat: uitzonderingen en niet de regel.

Mijn verontwaardiging is dan ook groot, wanneer ik jaren later, moest vaststellen dat een (over)grote meerderheid die empatische ruimdenkendheid ontbreekt. Of moet vaststellen dan exuberante verdiensten meer regel dan uitzondering zijn, toch?

Dit gezegd zijnde: mijn appelcake is klaar!